
De zoektocht naar YV-886
De zoektocht naar YV-886 | La Gran Sabana, 1999
Ergens in januari 1999 werd ik benaderd door Ruud de Haan, een marechaussee, met het verzoek of ik kon assisteren bij een zoektocht naar een vermist vliegtuig, de YV-886. Dit toestel was in mei 1997 verdwenen in een van de meest onherbergzame gebieden van Zuid-Amerika: La Gran Sabana, in het zuidoosten van Venezuela.
Aan boord zaten twee Nederlanders, Karin Kortlang en Mike Mulder, en een Duitse vrouw. Ze waren met een Cessna 337 opgestegen vanuit Kavac, met bestemming Canaima. Die bestemming hebben ze nooit bereikt.
Ruud de Haan had het boek Jungle Rudy van Jan Brokken gelezen en wist dat ik een tijd als gids in dat gebied had gewoond en gewerkt. Een eerdere poging om het vermiste toestel te traceren was mislukt. Die operatie was opgezet door onder andere OHRA, in samenwerking met de Venezolaanse autoriteiten. Een laatste poging was om via mij, op een minder conventionele manier, te achterhalen hoe dit ongeluk heeft plaatsgevonden en of wij het verongelukte vliegtuig alsnog konden lokaliseren.
Het avontuur dat volgde was ongelooflijk.
De vader van Karin Kortlang was de bekende kunstschilder Cees Kortlang. De moeder van Mike Mulder was Peruaanse. Beiden vergezelden ons op deze zoektocht. Ik wist dat ik hulptroepen nodig had en vroeg meteen mijn maat Pieter Paul van de Does of hij me wilde vergezellen. Ik vermoedde ook dat we een psychiater nodig zouden hebben, en dat bleek later geen verkeerde inschatting.
Pieter Paul hoefde niet lang na te denken. In maart 1999 vertrokken Cees Kortlang, de moeder van Mike Mulder, Ruud de Haan, Pieter Paul en ik naar Ucaima, het junglekamp waar ik had gewerkt.
Vlak voor vertrek was ik nog bij Cees Kortlang langs geweest. Ik kreeg een enveloppe in mijn hand gedrukt met 45.000 gulden erin.
Maar goed, hoe pak je zoiets aan?
Mijn eerste ingeving was dat er op de een of andere manier toch getuigen moesten zijn geweest. En dat zouden de Pemon zijn, die verspreid in dit gebied wonen. Alleen: waar begin je met zoeken in een gebied dat vele malen groter is dan Nederland, waar bijna niemand woont?
Bij de eerdere, door OHRA opgezette operatie was het gebied tussen de Auyán Tepuy en Canaima verkend, de route die een vliegtuig normaal gesproken zou vliegen. Daar werd niets gevonden en uiteindelijk werd de zoektocht gestaakt.
Nu dus een tweede poging.
Ik moest op zoek naar de indiaan die getuige moest zijn geweest, zei een luide stem in mij.
In eerste instantie huurde ik een klein vliegtuig om naar verschillende airstrips in de omgeving te vliegen en informatie in te winnen bij de locals: Uriman, Uraima, Camarata en andere dorpen. Maar niemand kon ons verder helpen.
Uiteindelijk huurde ik een helikopter. We namen proviand mee voor een paar dagen. Pieter Paul, Ruud de Haan en een goed Pemon-maatje van mij gingen mee aan boord.
We vlogen naar de plek waar de Cessna voor het laatst was opgestegen: Kavac, ook wel Uruyen genoemd. Dat was de bron. Kort na het opstijgen was het contact verbroken, dus daar moesten antwoorden te vinden zijn.
Op 24 mei 1997 was het slecht weer rond de Auyán Tepuy, de dag waarop het vliegtuig verdween. Het zou dus goed kunnen dat de piloot niet richting Canaima was gevlogen, maar op zoek ging naar beter zicht en daardoor een andere koers koos. Dat was mijn indruk.
In de buurt van Kavac liggen nog een paar kleine Pemon-gemeenschappen. Eén daarvan heet Purpurken. Ik wilde daarheen. Gelukkig hadden we een doorgewinterde ex-luchtmachtpiloot aan de stuurknuppel.
We vlogen laag. Zo laag dat we de brulapen in de bomen konden zien. Mijn Pemon-maatje wees het aan. Plots lag Purpurken in ons blikveld.
Het probleem was de landing. Eigenlijk kon je hier niet landen. Maar onze Peruaanse piloot had veel ervaring en wist de helikopter tussen de bomen aan de grond te krijgen. Het waren angstige momenten. Een paar takken werden van een boom gerukt.
Op dat moment stoven enkele Pemon het bos in. Ze wisten niet wat wij kwamen doen en waren doodsbang.
Na de landing droeg ik mijn Pemon-maatje Barciano meteen op om achter de vluchtende indianen aan te gaan, ze gerust te stellen en in het Pemon uit te leggen wat we kwamen doen. De Pemon in Purpurken spraken geen Spaans. Daar was Barciano voor.
Al snel kwam hij erachter dat een indiaan met de naam Andreas meer wist te vertellen. Ik vroeg Barciano of hij Andreas aan boord wilde vragen voor verdere uitleg. Ik had wat Polar bier meegenomen, wat in zulke situaties altijd helpt om de spanning wat te breken.
Andreas ging mee aan boord en we vlogen terug naar Uruyen.
Op de bewuste dag liep Andreas over een pad van Uruyen naar Uriman. Hij had een vliegtuig heel laag over zich heen zien vliegen. Zijn beschrijving kwam overeen met de karakteristieke vorm van een Cessna Skymaster, bijgenaamd push-pull. Dat was het type waarmee die dag was gevlogen.
Niet veel later hoorde hij een harde explosie.
Dat waren aanknopingspunten.

Via Barciano vroeg ik of Andreas zich nog kon herinneren waar hij het vliegtuig had zien overvliegen. Dat kon hij. Hij wist het zelfs exact.
We stegen vrijwel direct weer op met de helikopter en vlogen naar die plek. We konden daar gemakkelijk landen, midden in een savanne. Andreas wees de exacte locatie aan.
Toen kwam de volgende vraag: kon hij zich herinneren hoeveel seconden er zaten tussen het overvliegen en het geluid van de explosie?
Het exacte aantal seconden wist hij niet meer. Maar hij kon zich wel een duur herinneren. Uiteindelijk kwamen we uit op ongeveer tien tot elf seconden.
Met een geluidssnelheid van circa 343 meter per seconde geeft dat een goede indicatie. In combinatie met de vliegrichting van de Cessna kregen we houvast. Je moet daarbij ook rekening houden met de tijd tussen impact en het moment waarop het geluid je bereikt, én met de snelheid van het vliegtuig zelf.
Uiteindelijk concludeerden we dat het vliegtuig ongeveer drie tot drieënhalve kilometer van de plek waar Andreas het toestel zag overvliegen moest zijn gecrasht.
Toen bleven er nog maar weinig mogelijkheden over. Het vliegtuig moest tegen de westwand van de Chimantá Tepuy zijn gevlogen. Daar bevinden zich steile rotswanden, op ongeveer drieënhalve kilometer van de waarnemingsplek van Andreas.
Ik had de coördinaten.
De pech was alleen dat we op dat moment al een week bezig waren en het geld op was. Er was geen budget meer om nog één keer met de helikopter op te stijgen om het wrak daadwerkelijk op te sporen.
Dat was een teleurstelling.
Later is de familie nog één keer met een Cessna boven de plek gevlogen. We hebben een indrukwekkende ceremonie gehouden. Uiteindelijk hebben ze rust gevonden in het feit dat het nu definitief kon worden afgesloten.




Klaar voor je eigen avontuur?
We denken graag met je mee.









